Geschiedenis van de metronoom Geschiedenis van de metronoom

Geschiedenis van de metronoom

Mooie muziek en harmonieuze composities zijn ondenkbaar zonder twee bouwstenen: klank en ritme. En terwijl de klank door de instrumenten wordt voortgebracht, dient een nauwkeurig apparaat om het ritme aan te geven: de metronoom. Hij helpt componisten en uitvoerders de innerlijke pols van een werk beter te voelen en het tempo gelijkmatig te houden. De geschiedenis van deze onmisbare helper gaat bijna vijf eeuwen terug.

Aan wie behoort de uitvinding van de metronoom?

Als stamvader van de metronoom geldt Galileo Galilei. Met muziek had hij natuurlijk niets te maken, maar al in de tweede helft van de 16e eeuw doorgrondde hij het principe van de slinger: hij ontdekte dat de uitslag (amplitude) het ritme niet beïnvloedt en dat de slinger gelijkmatig, dus isochroon, zwaait. In de twee volgende eeuwen werkten talrijke knutselaars deze gedachte verder uit:

  • Christiaan Huygens bouwde de eerste klok met echappement;
  • Étienne Loulié bedacht een verstelbare slinger;
  • Gabory, Harrison en Davaux probeerden muzikale metronomen te maken, zij het niet erg succesvol;
  • Dietrich Nikolaus Winkel loste het probleem van de langzame tempi op door gewichten aan de slingerarmen te bevestigen.

De eigenlijke uitvinding behoort echter toe aan Johann Nepomuk Mälzel, die het apparaat in 1816 patenteerde. Deze uit Duitsland afkomstige muzikant werd niet zozeer beroemd door zijn composities als wel door zijn prestaties als ingenieur. Hij was een vriend van Ludwig van Beethoven, maakte voor hem een hoorntoeter en ontwierp bovendien een voorloper van de moderne synthesizers. Mälzel maakte de metronomen in serie en gaf ze de vorm die we tot op vandaag kennen. Niet toevallig dragen de klassieke slingermetronomen nog altijd het opschrift «M. M.» («Mälzels metronoom»), gevolgd door het tempogetal.

Waarom begon men met de massaproductie van metronomen?

Hoewel de eerste metronoom zelfs naar de huidige maatstaven erg goed was, stond de wetenschap niet stil: onderzoekers probeerden er iets eigens aan toe te voegen en hem te verbeteren. Dat gebeurde ten voordele van de muzikanten, zodat zij tempi konden vastleggen, ritmes konden instellen en muziek konden spelen die het publiek boeit:

  • Henson bouwde een metronoom die praktisch de bewegingen van een dirigent nabootste;
  • Hunter en White vonden een compacte metronoom uit die je in je zak kon steken;
  • Morrison ontwikkelde de eerste elektrische metronoom;
  • andere uitvinders maakten apparaten die heel specifieke, vooraf bepaalde ritmes sloegen.

Toch waren de pogingen niet altijd de gelukkigste: de deskundigen zijn het erover eens dat het nooit is gelukt de metronoom van Mälzel te overtreffen. De reden is eenvoudig: de apparaten werden gebouwd door ingenieurs die weinig van muziek en ritmiek afwisten, terwijl Mälzel tegelijk werktuigkundige én muzikant was en beide werelden begreep.

Wanneer ontstonden de moderne metronomen?

Het ontstaan van de moderne metronomen hangt nauw samen met de elektriciteit. Halverwege de 20e eeuw begon de productie van de Franz-apparaten, waarin het model van Mälzel werd verfijnd. Die productie liep tot het einde van de vorige eeuw; de metronoom werkte op elk oppervlak en liep niet meer vast. Elektronische metronomen werden nog compacter, nauwkeuriger en veelzijdiger: veel ervan boden ook stemtonen, verschillende maatsoorten en een instelbare nadruk op de eerste tel.

Vandaag hebben muzikanten helemaal geen slinger meer nodig: om de maat te slaan volstaan onlinediensten, en speciale apparatuur kopen is overbodig. Op ons portaal gebruik je de metronoom helemaal gratis: stel het tempo in slagen per minuut in en druk op «Start». Een overzicht van alle snelheden vind je in de tempotabel, en de belangrijkste vormen stellen we voor bij de metronoommodellen.

Steun het project: deel onze site met je vrienden. Bedankt!